Mary & Danny & Erwin aka Experimental Jetset

Bij een baksteen van een boek denken we aan supersize en erg dik, aan ‘big books’ zoals S, M, L, XL van en over Rem Koolhaas. Het grafisch ontwerpcollectief Experimental Jetset dat onlangs, net als vele andere ontwerpers, ook een boek over zichzelf uitbracht, drijft daar al direct de spot mee. Hun publicatie heeft letterlijk de maat van een baksteen, maar is dus klein en handzaam, al telt het niet minder dan 576 pagina’s, een aantal dat zeker past bij een big book. De kleine, dikke pocket valt te midden van de andere ontwerpersboeken op, ligt goed in de hand en voelt lekker aan. Met dit boek getuigt Jetset van dubbelzinnigheid: er zijn pretenties en tegelijkertijd is er pretentieloosheid. Die geest doortrekt het hele boek, maar geldt dat ook voor hun werk, mentaliteit en positie?

bk Jetset 2015De titel Statement and Counter-Statement en de ondertitel Notes on Experimental Jetset wijzen op relativeren. Elke uitspraak roept zijn tegendeel op, waarheid is betrekkelijk, alles is voorlopig en niets staat vast. Bovendien koos het collectief ervoor om hun werk te presenteren in de vorm van fragmenten. De afbeeldingen tonen het werk op ware grootte, wat vaak betekent dat er maar een gedeelte van te zien is en soms lag dat schots en scheef op de scanner. De plaatjesfetisjist die hoopt op fraaie reproducties, komt hier niet aan zijn trekken. Het is beslist geen glossy portfolioboek. Middenin valt een abecedarium op dat bestaat uit citaten van de ontwerpers, tekstfragmenten uit interviews en andere bronnen. Met deze opzet volgen ze enerzijds het voorbeeld van hun leermeester Linda van Deursen die met partner Armand Mevis een publicatie uitbracht waarin hun werk als fragmenten werd getoond.(1)Het boek Recollected Work: Mevis & Van Deursen uit 2005. Anderzijds volgen ze met het ABC een structuur die ook tal van andere ontwerpersboeken kenmerkt zoals het eerdergenoemde boek over Koolhaas of dat van de Designpolitie. Een ABC geeft een orde, maar ontkent hiërarchie en weerspiegelt een zekere willekeur omdat de lezer de tekst niet van A tot Z tot zich neemt maar als bits and bites consumeert.

Affiche voor het SMCS, 2004.
Affiche voor het SMCS, 2004.

De rockband als model

Experimental Jetset ontstond als ontwerpcollectief op de Rietveldacademie in 1997 waar Erwin Brinkers, Danny van den Dungen en Marieke Stolk gingen samenwerken. Ze kregen opdrachten van tal van culturele instellingen zoals Paradiso, W139 en de Theatercompagnie, maar werden vooral bekend toen ze de huisstijl voor het tijdelijke Stedelijk Museum SMCS in 2004 gingen verzorgen. Erg bekend werd ook het T-shirt met de opdruk ‘John & Paul & Ringo & George’. Hun werk is sterk typografisch en valt op door het gebruik van Zwitsers-modernistische lettertypen zoals de Univers en Helvetica, en de kleuren rood en blauw. Ze voelen zich geïnspireerd door het naoorlogse modernisme in Nederland, door de cultuur van de jaren zestig en muziek, en identificeren zich met de sociaaldemocratie van de jaren zeventig. Vaak zeggen ze dat ze in de voetsporen van Wim Crouwel treden. De ontwerpers maken installaties en tentoonstellingen over de hele wereld, schrijven teksten, doceren en doen onderzoek. Zo ontwierpen ze de huisstijl voor het Whitney Museum in New York en die voor winkelketen Mash in Tokyo, en tentoonstellingen voor Het Nieuwe Instituut. Het drietal presenteert zich immer als collectief en spreekt met één stem.

Spread uit besproken boek.
Spread uit besproken boek.

Het boek geeft een overzicht van hun werk in twee secties met afbeeldingen, zij het niet in chronologische volgorde: de fragmenten en foto’s van werk in situ – installaties en exposities. Ontwerper-docent Linda van Deursen draagt drie bespiegelingen bij over historische foto’s. De andere auteurs, Mark Owens en Ian Svenonius, zijn respectievelijk afkomstig uit de wereld van de grafische vormgeving en die van de popmuziek. Owens schrijft hier echter over rockbands en Svenonius over letters. Het trio Experimental Jetset manifesteert zich niet met een tekst, maar is aanwezig via citaten in het ABC. Evenmin is er een tekstbijdrage die ingaat op werk en betekenis van Experimental Jetset. In de opbouw van het boek wordt hun werk letterlijk ingeklemd tussen foto’s van historische modernistische iconen als Mondriaans atelier, het Bauhaus en de Villa Tugendhat van Mies van der Rohe, en de ideologie van de (rock of punk)band. De betekenis kan de lezer afleiden uit analogieën.

Owens verhaal gaat over de driepersoons-popgroep, het ‘power trio’, wat we gerust kunnen opvatten als metafoor. Citaten uit boeken over populaire muziek reppen van synergie en dynamiek tussen de bandleden in de studio ondanks moeilijke omstandigheden, van eigenheid, verzet en anti-individualisme. Kenmerken van de muziek van groepen als Talking Heads kunnen vrijelijk ingewisseld worden voor die van de designgroep: rauw maar professioneel, conceptueel, niet geaffecteerd maar vol passie; schurend, luid en experimenteel; minimalistisch, subliem in de details en tegelijk overtuigend als geheel, werkend vanuit systeem en beperkingen maar toch grensverleggend en vooruitstrevend, formeel en origineel, en wars van imago kiezen voor een visueel-esthetisch gewone presentatie.

Svenonius schreef in 2013 een Supernatural Strategy for Making a Rock ‘n’ Roll Group en zei in The Guardian: ‘a band is about an ideology, a way of life, an aesthetic’.(2)http://www.theguardian.com/music/2014/may/23/ian-svenonius-chan-and-the-gang. Het is duidelijk dat de romantiek van de popgroep in de genen van Experimental Jetset zit. Ze presenteert zichzelf niet als een bureau maar als een rockband. Inderdaad verzorgt Jetset over de hele wereld optredens en installaties in musea en is de vergelijking niet gek omdat grafisch ontwerpers ook rondreizende sterren zijn geworden. Svenonius benoemt een aantal andere zaken uit de muziek die aantrekkelijk zijn voor ontwerpers: subversie, verzet, buitenstaander-zijn, rebellie tegen de dominante cultuur en autoriteiten. Die houding herkennen we als een positie en een imago waar vele vormgevers sinds Jan van Toorn zich mee vereenzelvigden. Brengt Experimental Jetset die guerillatactiek opnieuw tot leven? Hoe vullen zij dat romantische cliché in? Daarvoor hebben we het ABC.

Architectuurbiennale Venetie, 2014.
Architectuurbiennale Venetie, 2014.

Verbale collage

Experimental Jetset is niet op zijn mondje gevallen en verbaal sterk. Op hun website (maar niet in dit boek) is een uitgebreid archief te vinden waar allerlei projecten volledig en uitstekend worden toegelicht.(3) www.experimentaljetset.nl. Ze praten graag en vaak over het vak. Bovendien lezen ze boeken en verwijzen ze naar filosofen als Karl Marx, Guy Debord en Régis Debray. Toch noemen ze zichzelf geen intellectuelen of theoretici. Het interview is hen liever dan doorwrochte stukken of manifesten, want dat is minder definitief. Gedachten van anderen gebruiken ze om al collagerend hun eigen positie en identiteit te formuleren. ‘We are theory savages, really: piecing together all these half-forgotten philosophies, deconstructed truisms and pop-Marxist references into a messy patchwork of ideas and ideals. We don’t really study theory, in a rigid, academic fashion – we truly live it, by applying it directly to our work.’ (p. 422) Bovendien zijn ze niet wars van dualismen, paradoxen of oxymorons. Het ABC blijkt hier een minder gelukkige vorm, want het zit vol herhalingen en verdubbelingen terwijl er wel redactie is gepleegd. Een thematische groepering op onderwerp was duidelijker geweest.

Woordspel en conceptuele gebaren

Experimental Jetset definieert zich als ‘a tiny studio maintaining a marginal practice that, at first sight, consists mostly of abstract wordplay, pop-cultural references, conceptual gestures, and aesthetic matters.’ De studio als driemansband werkt voor hen omdat die klein is en er geen hiërarchie of arbeidsdeling ontstaat. Ze willen niet groeien, maar marginaal blijven en voelen zich onderdeel van de subcultuur en van het modernisme. Ze zijn erop uit om bestaande denkwijzen te veranderen en mensen anders te laten kijken, maar hun subcultuur is geen tegencultuur van protest of politiek. Wel positioneren ze zich in de traditie van amateurisme, doe-het-zelf, volksheid en authenticiteit, al zullen ze niet de wijken ingaan om het volk te bereiken of social design bedrijven. Het begrip subcultuur is voor hen synoniem met het modernisme omdat ze die ‘taal’ willen vernieuwen en herinterpreteren, en een utopisch denken willen redden, een geloof in de kracht van maakbaarheid en esthetiek. Modernisme is voor hen zowel een vorm van underground als de populaire cultuur uit het Nederland waarin ze opgroeiden met de alomtegenwoordige Total Designvormgeving. Ze beklagen de teloorgang van de welvaartsstaat waarin de kunsten gesteund werden en blijven tegen beter weten in geloven in culturele en sociale waarden. In die zin noemen ze vormgeving een subversieve kracht. De andere vorm van subversiviteit komt voort uit Dada, Provo en punk. Experimental Jetset lijkt verschillende soorten van ‘vernacular’ en straatcultuur, verschillende vormen van modernisme en verschillende vormen van subversiviteit met elkaar te willen verenigen.

Installatie Provo Station 2016, Galerie fuer Zeitgenoessische Kunst Leipzig.
Installatie Provo Station 2016, Galerie fuer Zeitgenoessische Kunst Leipzig.

Over hun eigen werk zijn ze duidelijk: dat is primair gemotiveerd door esthetiek, compositie en poëzie. Ze kiezen voor typografie en gebruiken geen foto’s omdat die een illusie van de werkelijkheid zijn. Drukwerk is materieel, een stuk papier dat gevouwen, afgesneden en geperforeerd kan worden, een ding dat in hun installaties ook ruimtelijk functioneert. Ze noemen dat zelf-referentieel en lijken daarmee te verwijzen naar het modernisme van de Amerikaanse criticus Clement Greenberg, die dat opvatte als schilderkunst die puur over zijn eigen middelen gaat. Maar ze erkennen ook verwantschap met de concrete poëzie, typografische experimenten van kunstenaars en doe-het-zelf-typografie van de straat. Het fysieke, typografische drukwerk plaatsen ze tegenover de illusies van de beeldcultuur en van de virtuele wereld.

Uitspraken over hun werk en hun positie zijn in dit boek overtuigender dan de pogingen die theoretisch te funderen. Met begrippen als dialectiek en synthese valt alles te rijmen en te koppelen. Via dualismen, omkeringen en tegenspraken – ‘self-expression is a service to society, and serving society is a form of self-expression’ – wordt alles en niets waar. Het dubbelspel van uitspraken doen én relativeren is sympathiek maar het ABC werkt door de veelheid van interpretaties als een grabbelton. Het kan ook zijn dat ze een mengelmoestheorie aanhangen waarin modernisme, Provo, de Situationisten, punk, Crouwel, Hegel en Benjamin samensmelten met hun eigen biografie. Maar vermoedelijk moet het citaten-ABC opgevat worden als een gedachtenspel, als pogingen om tot reflectie te komen en betekenis te onderzoeken.

Frederike Huygen, 2016.

Statement and Counter-Statement. Notes on Experimental Jetset, Amsterdam (Roma Publications) 2015, 575 pp., 25 euro, ISBN 978-94-91843-40-2. Met teksten van Linda van Deursen, Mark Owens, Ian Svenonius. www.experimentaljetset.nl, www.romapublications.org

noten   [ + ]

1. Het boek Recollected Work: Mevis & Van Deursen uit 2005.
2. http://www.theguardian.com/music/2014/may/23/ian-svenonius-chan-and-the-gang.
3. www.experimentaljetset.nl.