De kracht van typografie

Typografie is de vorm waarin taal zich aan ons voordoet. We denken dan in de eerste plaats aan het boek, maar evengoed nemen we informatie tot ons via het beeldscherm. In het boek De kracht van typografie, dat Henk Hoeks en Ewan Lentjes voor het ontwerponderwijs ontwikkelden, krijgen beide ‘revoluties’ aandacht: de boekdrukkunst en de digitalisering. Ze constateren dat een goed overzichtsboek ontbreekt en willen het vak typografie context en diepgang bieden door ‘een kritische bevraging van zowel de technische als de culturele ontwikkelingen en hun effect op de typografische communicatie’. Het is volgens hen een geschiedenis van informatieverwerking en kennisoverdracht, een boek over typografische communicatie in relatie tot maatschappelijk-culturele veranderingen. Dit is dus geen droge techniekgeschiedenis, hoewel technische revoluties wel centraal staan. Het boek is een bloemlezing met teksten van diverse auteurs/specialisten in drie delen: de geschiedenis, het heden en een aantal korte schetsen die het bereik van de typografie aangeven, van gebouwen tot reclame, beeldende kunst en mode.

boek Ewan typoDat typografie (taal) overal voorkomt en dat er eigenlijk al lang een multimediale samenleving bestaat, zien we al direct in de eerste bijdragen. De drukkunst staat aan de wieg van een cultuur van geleerden en wetenschappelijke kennis, maar leidde ook tot een geletterde bevolking die de bijbel kon lezen als ook romans, schoolboeken, politieke pamfletten en nieuwsbladen. Kennis, kritiek, subversie, debat en discussie: het gedrukte woord (teksten) maakte dit mogelijk en daaraan ontleent de typografie haar belang. Ze wordt in dit boek geassocieerd met humanisme, beschaving, cultuur, verlichting, democratie, kennis, emancipatie en andere prachtige waarden, alsof de typografie aan de basis van die verschijnselen ligt, bijvoorbeeld door Henk Hoeks. Los van het feit dat typografie ook gebruikt wordt voor heel wat minder fraaie zaken als onderdrukking, censuur, geboden, verboden, discriminatie en het verspreiden van abjecte denkbeelden, is het de vraag of dat wel waar is. Is alles wat met letters en woorden te maken heeft en elke talige/schriftelijke uitdrukking typografie?

Die vraag – die door de breedte van dit boek met ja wordt beantwoord – doet me denken aan een opstel van de Amerikaanse designhistoricus Victor Margolin waarin hij ter discussie stelt of de typografie (grafische vormgeving) begint bij de eerste gekraste tekens in prehistorische grotten.(1)Victor Margolin, ‘Narrative Problems of Graphic Design History’, in The Politics of the Artificial, Chicago (The University of Chicago Press) 2002. Dat is uiteraard (visuele) communicatie, maar in zijn ogen geen typografie of grafische vormgeving omdat dit als vak en specialisme nog niet bestond. De bijdrage van Ralf de Jong is in dat opzicht interessant want hij laat zien hoe de vorm van het boek zich ontwikkelde en dat het drukken van boeken aanvankelijk een ambacht was voor zonen uit de hogere standen en een exclusief kennisgebied. In de zeventiende eeuw komt er meer orde en specifieke manieren om tekst te articuleren door middel van nieuwe letters, cursieven en kleinkapitalen. Daarna volgt een standaardisering en de industrialisatie van het drukproces.

Ellen Lupton stelt: ‘de enorme onderneming die de moderniteit is, is geheel te herleiden tot letters die op vellen papier zijn gedrukt.’ Typografie is volgens haar ‘de meest invloedrijke techniek in de geschiedenis van de westerse moderniteit’, want uniforme, herhaalbare teksten veranderde de manier waarop mensen dachten, schreven en spraken, en leidde tot de opkomst van de geldeconomie en de industriële revolutie. Dit is misschien een interessante observatie, maar ook een krasse uitspraak. In plaats van typografie zou het woord drukkunst of het alfabet meer toepasselijk zijn geweest. Niet alles wat letters bevat is typografie, en niet alles wat gedrukt is valt onder de noemer communicatie.

Opstellen over de moderne tijd, bijvoorbeeld die van Roger Chartier en Jack Post, laten zien dat met de computer het onderscheid tussen genres en soorten drukwerk verdwijnt omdat we alles tot ons nemen via het beeldscherm. Het opnemen van informatie en kennis is niet meer lineair-narratief maar fragmentarisch en interactief. De opmaak wordt niet langer bepaald door een vormgever, maar door besturingssysteem, browser en gebruiker. Post vraagt zich overigens ook af hoe revolutionair de pc eigenlijk was, want reeds kunstenaars, de fotografie en offset hadden het vak van de typograaf/grafisch ontwerper al veranderd in een meer op het beeld gerichte activiteit. In zijn ogen is typografie het opmaken van tekst, maar tekst is ook beeld en vorm.

Dit brengt ons weer bij het definitieprobleem: is alles waar een letter op staat typografie, wat is het verschil tussen typografie en grafische vormgeving, en wat betekent het ontwerpen van websites voor het beroep? Petr van Blokland is daarin eigenlijk het duidelijkst. Complexe opdrachten zullen gedeeltelijk buiten de expertise van de ontwerper liggen, maar typografische basiskennis acht hij nog steeds onmisbaar. In dit boek hanteren de auteurs verschillende opvattingen en invalshoeken, en hun opstellen overlappen. Dat is niet erg. Heel veel onderwerpen komen op die manier aan bod wat het boek interessant en rijk maakt. Bovendien zijn de bijdragen goed en toegankelijk geschreven en biedt dit boek in een vrij compacte vorm alle aspecten van tekst en typografie aan. Maar die vraag van Margolin speelt mij nog parten.

Zijn bezwaar tegen de geschiedschrijving van grafische vormgeving was nu juist dat velen alles op een hoop gooien. Het boek, dat de typografie als vak en specialisme voortbracht, is een specifiek genre dat los staat van drukwerk waar geen ontwerper aan te pas kwam. Het is ook een specifiek medium dat niet zonder meer behandeld kan worden, vermengd met al die andere media. Typografie speelt in verschillende media een verschillende rol. En naar mijn smaak lopen de termen typografie, communicatie, informatie en kennis hier veel te veel door elkaar als alles wat tekst is. En waarom komen tijdschriften nergens aan bod? Me dunkt dat dit een genre is dat weldegelijk rechtstreeks verband houdt met de combinatie tekst en beeld zoals die op computers en andere beeldschermen voorkomt. Reclame kreeg wel een eigen opstel, evenals infographics en experimenten van beeldend kunstenaars. Maar veel van deze gebieden hebben een eigen geschiedenis, een ander discours, een andere beroepsgeschiedenis en een eigen context.

Dat grafisch ontwerpers zich dit alles toe-eigenen als hun geschiedenis – inclusief het werk van de futurist Marinetti en van de dichter Apollinaire – is een feit, maar de vraag kan gesteld worden of dit tot het domein van de typografie behoort. Zo ja, waar is dan de konkrete poëzie? Commercieel en kunstzinnig drukwerk ontstaan in andere omgevingen en onder andere omstandigheden. De ontwerper (typograaf of niet) werkt vanuit een opdrachtsituatie of een specifieke functie. Leesbaarheid bevorderen en fonts ontwikkelen zijn wat anders dan aandacht trekken, opvallen of de verkoop stimuleren. Niet alles waar een letter op staat is typografie en niet alles waar een letter op staat is communicatie. Kortom: dit is zonder meer een interessant boek, maar de behandeling van alle tekst als typografie maakt het ook onscherp, terwijl het begrip communicatie juist weer te zeer beperkt wordt door het vooral op te vatten als tekst. De enorme brede scope van het boek is dus zowel een nadeel als een voordeel.

Frederike Huygen, 2015

De kracht van typografie. Cultuur, communicatie, nieuwe media, 360 pp., 49,50 euro, uitgeverij Terra, www.terralannoo.nl; van dit boek verscheen ook een Engelstalige editie: The Triumph of Typography.

References   [ + ]

1. Victor Margolin, ‘Narrative Problems of Graphic Design History’, in The Politics of the Artificial, Chicago (The University of Chicago Press) 2002.