Piet Schreuders en de VPRO, een kleine geschiedenis bij zijn afscheid

/ 25 mei 2013

Begin maart werd bekend dat de VPRO het contract met Piet Schreuders per 1 juli zal beëindigen. Nummer 24 van 2013 wordt zijn laatste. Schreuders is al 15 jaar art director voor de VPRO gids en heeft de afgelopen 30 jaar meer dan 150 omslagen voor de omroepgids ontworpen. Hij maakte verder: twee televisieprogramma’s, één boek, zo’n 780 radio items,  en ontwierp een onbekend aantal affiches, flyers, grafische rekwisieten, CD- en DVD-verpakkingen en ander drukwerk voor de omroepvereniging.

Hoort Schreuders bij de VPRO? Ik vroeg ik het hem in 2011 naar aanleiding van het verschijnen van het boek over de VPRO gids-covers wat hij samen met enkele andere leden van de VPRO gids-redactie maakte. Schreuders’ antwoord was destijds:  ‘Ik stel me altijd voor dat ik alles zou moeten kunnen, dus ook voor de AVRObode werken. Maar intussen doe ik het niet. Ik denk wel dat ik bij de VPRO hoor, anders hadden ze me wel zachtjes weggewerkt ofzo. Op een gegeven moment ben je een deel van het meubilair geworden.’ Maar toch wordt Schreuders nu als een oude bank op straat gezet. Vandaar een gesprek over zijn geschiedenis bij de VPRO.

Dubbele pagina uit de VPROgids Vrije Geluiden 1970, opmaak Han de Vries.

Tante VPRO

Het is al vroeg duidelijk dat Piet Schreuders (1951) waarschijnlijk nooit voor de AVRO zal gaan werken. ‘Mijn ouders waren vrijzinnig Protestants, de Vrije Geluiden lag altijd in een hoesje op tafel en er werd geluisterd naar de dagopeningen van dominee Spelberg. Heel veel mensen in mijn familie, vooral van mijn moeders kant, waren enthousiaste VPRO-ers. Toen ik de die oude jaargangen doorlas (voor het boek over de VPRO gids covers) uit de jaren veertig en vijftig, was het alsof ik mijn tante hoorde. Het klonk heel vertrouwd.’

Rond de tijd dat de jonge progressieve kant van de VPRO de overhand begint te krijgen op de dominees, is de 17-jarige Schreuders een fervent radioluisteraar. ‘Ik was altijd al creatief,  bezig met tekenen en schrijven, en met bandrecorders hoorspelen aan het maken, maar als spielerei. Ik wist helemaal niet wat ik wilde worden. Leuke dingen doen in de media net als de mensen van Hitweek en de VPRO, dat leek me wel wat.’

Schreuders volgt de radioprogramma’s van Wim Noordhoek, Jan Donkers, Peter Flik, de broers Jan en Nico Haasbroek en Arend Jan Heerma van Voss. Programma’s als Help! (1967), de Joe Blow Show (1967) en VPRO-vrijdag (1969–1977), het vier uur durende ‘totaalprogramma’ gepresenteerd door Wim Noordhoek en Kiki Amsberg, met politiek commentaar van John Jansen van Galen en Anton Constandse. Hij  leest ook hun  artikelen die destijds  in Propria Cures en Hitweek verschenen. Verder kijkt hij naar de enkele uitzendingen van Piknik (1970), een VPRO-jongerenprogramma met popoptredens in de buitenlucht, animatiefilms, korte blokjes informatie en Amerikaanse westerns. Jan Donkers en Wim Noordhoek werken ook mee aan dit programma. ‘Dat waren allemaal dwarsverbanden en daar wilde ik bij horen, want daar gebeurde het.’

Maar zoiets gaat natuurlijk niet vanzelf, zeker niet vanuit Voorburg waar hij opgroeit. Schreuders vertrekt dus direct na zijn eindexamen in 1970  naar Amsterdam.  Hij begint daar aan een studie rechten, ‘maar dat ging helemaal nergens over’ en schrijft zich  in voor Nederlands.  In de tussenliggende periode heeft hij alle tijd om bijvoorbeeld op bezoek te gaan bij de burelen van Hitweek. ‘Je mocht aanbellen en naar binnen en dan zag je die mensen van het blad in levende lijve: Willem de Ridder en Marjolein Kuijsten, dat was heel imponerend. Je kon gewoon met ze praten en oude nummers opvragen. Die kostten 35 cent.’

Radio Oranje

Schreuders gaat in het publiek zitten bij radioprogramma VPRO-Vrijdag en spreekt de programmamakers aan.  In februari 1970 roept Roel van Duijn de Oranjevrijstaat uit. Op de volksvergaderingen waar veel over het milieu en kraken gesproken werd, komen op het hoogtepunt van de beweging enkele honderden mensen. Schreuders mag daar voor VPRO-Vrijdag reportages over maken. ‘Er werd op die ‘vergaderingen’ heel veel geschreeuwd door langharige jongeren, kunstenaars en wereldverbeteraars. Ik kreeg een Uher bandrecorder mee en een Sennheiser microfoon en dan moest ik maar iets maken. Het ruwe materiaal zette ik onder leiding van een technicus in de Hilversumse radiostudio van de VPRO in elkaar. Het item heette Radio Oranje en mocht vijf minuten duren, niet langer.’ Na een week of zeven houdt Schreuders het voor gezien.

De Oranjevrijstaat en de Kabouter-beweging hebben ook een blaadje, de Kabouterkrant, en daar leert Schreuders hoe een blad gemaakt wordt. Frank Steenhagen  doet de lay-out van de  veertiendaagse uitgave: ‘Hij liet me zien hoe je dat met plakletters deed, uiteraard een beetje naar voorbeeld van Hitweek. Van de lay-out werden negatieffilms gemaakt, die moesten dan met dekvellen en dekverf geretoucheerd worden en dan naar de drukker.’ In de studieloze periode van 1970-1971 maakt Schreuders zodoende een professionele start met zijn twee liefhebberijen: ‘Ik wist niet zeker of ik nu door wilde in radio of in blaadjes maken, als ik maar bezig was in die hoek. Waar zich kansen voordeden, greep ik die.’

Jingles en station calls bij de VPRO

Schreuders enthousiasme voor radio valt Noordhoek op. Samen maken ze jingles voor de VPRO radioprogramma’s: ‘Gewoon met onze eigen stemmen, vervormd en met muziekjes en geluidseffecten. Daar werkten we hele avonden aan.’ Hier is Schreuders voor het eerst bewust bezig met de relatie tussen vormgeving en de VPRO-identiteit. ‘Wim maakte veel werk van die station calls. Hij vernieuwde ze ook steeds naar voorbeeld van piratenzenders, maar dan vertaald naar het linksige VPRO-idioom. Na het zeer serieuze communistisch getinte commentaar van Anton Constandse bijvoorbeeld, speelde Wim dan een bandje met een jingle  “is dat nou wel zo?” Die relativering vond ik wel fijn.’

Rond dezelfde tijd is Jaap Drupsteen voor de VPRO-televisie ook station calls aan het maken met een vergelijkbare intonatie. ‘Zijn vormgeving was een revolutie’, aldus Schreuders. ‘Eerst was het heel zakelijk, met schreefloze letters en ineens sloeg dat om en had je mooie muziek, romantische vormgeving, dingen die bewogen. Het was heel erg kitscherig, maar zo over de top dat het weer kon in de culturele context van de VPRO. Samen met de stem van de omroeper en de muziek bij de beelden vormde het een heel mooi geheel. Mooi is trouwens het woord niet, ik vond het sensationeel.’ Schreuders herinnert zich dat Drupsteen een keer langs kwam in de radiostudio waar hij en Noordhoek zaten te monteren: ‘Ik vond het al heel bijzonder om met Wim Noordhoek te werken en dat je Jaap Drupsteen in het echt kon ontmoeten had ik al helemaal niet verwacht. Maar dat bleek een hele gewone jongen te zijn, heel zachtaardig en vriendelijk. Toch altijd weer anders dan je je voorstelt.’

Nummer van De Wolkenkrabber van Piet Schreuders, 1971.

De Wolkenkrabber

Eind 1971 begint Schreuders aan de studie Nederlands en niet lang daarna maakt hij met enkele medestudenten een eigen literair blaadje, De Wolkenkrabber. ‘Het was een geheimzinnig blaadje dat aan elkaar hing van verdachtmakingen, mystificaties en raadselachtige dingen.’ Het uitgangspunt vormt het gebouw De Wolkenkrabber aan het Amsterdamse Victorieplein waar Schreuders vanuit zijn studentenkamer op uitkijkt. Het markante gebouw intrigeert hem. Hij past zijn zojuist aangeleerde onderzoeksvaardigheden toe en achterhaalt allerlei informatie over het gebouw, maakt reportages en tekent het uitzicht en de architectonische details. Er verschijnen acht nummers in een zeer kleine oplage. ‘Het werd allemaal met de hand gemaakt, aan elkaar geplakt en met de kopieermachine vermenigvuldigd. Het was nergens te koop, het ging helemaal uit van de lol van het blaadjes maken.’ Schreuders stuurt exemplaren naar vrienden en bekenden. Ook Noordhoek krijgt De Wolkenkrabber. ‘Tot mijn verbazing belde hij op: “dat is een goed blaadje, daar wil ik jou over interviewen”.’ Dat interview verschijnt februari 1972 in  Aloha. Noordhoek vindt het interview zo leuk dat hij er samen met Schreuders een radioprogramma van wil maken. De VPRO zendt de vier afleveringen uit in februari en maart 1972. (Hier te beluisteren: http://www.geheugenvanplanzuid.nl/index.php/architectuur/177-vpro-over-het-tijdschrift-qde-wolkenkrabberq)

Affiche voor radioprogramma Piet Ponskaart van Jan Lenferink, 1976, Piet Schreuders (affichemuseum Hoorn).

Aloha

Het artikel over De Wolkenkrabber heeft nóg een prettig gevolg. Willem de Ridder, één van de oprichters van Hitweek/Aloha en verantwoordelijk voor de eclectische vormgeving van het blad, nodigt Schreuders uit om het artikel zelf op te maken.  Schreuders  blijft twee jaar bij Aloha en helpt iedere week met de lay-out. ‘Een van de eerste avonden kreeg ik heel duidelijk de overtuiging dat ik dit mijn hele leven wilde doen, ik dacht: “dit is het gewoon”. Radio maken is ook leuk, moet je ook af en toe doen. Net als films maken. Maar blaadjes maken is toch wel de top.’ Dus als Aloha in 1974 stopt, gaat Schreuders zelf bladen maken, zoals De Poezenkrant (eerste nummer: februari 1974) en Furore (eerste nummer: juni 1975).

De contacten met Noordhoek en de VPRO radio blijven. Schreuders ontwerpt bijvoorbeeld een affiche voor een programma van Jan Lenferink, Piet Ponskaart presenteert (1976) en een affiche voor het nieuwe radioseizoen die ook in de VPRO gids wordt afgebeeld. Maar de VPRO is maar één van de vele opdrachtgevers waar freelancer Schreuders in deze periode voor werkt. Zo ontwerpt hij een kunstkrant voor het Rijksmuseum, en werkt hij voor diverse platenmaatschappijen en uitgeverijen. Amerikaanse vormgeving blijft een belangrijke inspiratiebron. Schreuders knipt en plakt uit verschillende stijlen en periodes, maar zorgt er altijd voor dat het resultaat eigentijds is.

Lay In, Lay Out

In 1977 gooit Schreuders met de publicatie van Lay In, Lay Out de knuppel in het hoenderhok van het grafisch ontwerp in Nederland. Hij noemt grafische vormgeving een ‘misdadig vak’ en hekelt de elitaire positie die de grafisch ontwerper in Nederland inneemt. In plaats daarvan besteedt hij aandacht aan zogenaamd ‘vernacular design’; vormgeving die niet ontworpen is door mensen die zich ontwerper noemen. Veelal vormgeving uit de populaire, alledaagse cultuur die men niet serieus neemt of over het hoofd ziet. Die interesse deelt hij met een blad als Hitweek en een omroep als de VPRO. Beide hebben – al dan niet ironisch bedoeld en eerdergenoemde meer dan de laatste – de lage cultuur als onderwerp en als inspiratie voor de vormgeving. Drupsteens vette, Amerikaanse VPRO-logo uit 1971 is daar een goed voorbeeld van.

Dankzij een aflevering van Het gat van Nederland (vormgegeven door Drupsteen) komt Schreuders er achter dat hij niet de enige die geboeid is door dit soort vormgeving. Hans Keller wijdt in 1978 een reportage aan T.M.F. Steen. Schreuders herinnert zich deze uitzending goed: ‘Ik zag een zonderlinge man, maar wat me ontroerde was dat wij precies dezelfde vreemde fascinaties hadden. Ik was daardoor een beetje van de kaart.’ Steen was corrector bij het Algemeen Handelsblad en hij schreef voor undergroundbladen en voor de NRC en het literaire blad Barbarber van K. Schippers. In 1969 benam hij zich van het leven. Steen interesseerde zich voor ‘randverschijnselen’ zoals strips, oude tekenfilms en de vormgeving van filmtitels, en schreef daar ook over. ‘Steen zag ergens dat Saul Bass filmtitels ontwierp en schreef dan een briefje naar Bass in Amerika. Hij kreeg een keurig briefje terug met een lijstje filmtitels. Maar hij was ook gek op filmmuziek – hij keek Tom & Jerry omdat hij de muziek van Scott Bradley zo mooi vond – en bezocht filmlocaties.’ De overeenkomsten met de onderwerpen in FURORE en Schreuders andere publicaties zijn treffend. Schreuders draagt zelfs de tweede druk van Lay In, Lay Out (1997) aan hem op en werkt op dit moment aan een publicatie van Steens verzameld werk.

Boek bij de documentaire van Theo Uittenbogaard en Piet Schreuders over letters in Los Angeles, 1979.

Hollywood at last!

Als Schreuders in 1978 de reportage over Steen ziet, is hij bezig met een onderzoek naar de omslagen van goedkope Amerikaanse paperbacks. Een onderzoek dat zal resulteren in de publicatie Paperbacks U.S.A. (1981) en een expositie in het Haags Gemeentemuseum. Het onderzoek leidt eveneens tot een televisiedocumentaire voor de VPRO, Hollywood at Last! (1979). Het plan komt van Theo Uittenbogaard, één van de makers van Het gat van Nederland. ‘Hij wilde mij filmen terwijl ik in Los Angeles de letters op rioolputjes, waterputten, muren, parkeerplaatsen, etalageruiten bekeek en daar dan iets slims over zou zeggen.’ Ze bezoeken filmlocaties uit een Laurel & Hardy-film en een filmtitelstudio. Schreuders analyseert ondertussen ook de typografie van Amerikaanse straatnaambordjes en een bakkerij.

In het programma krijgen we een kijkje in de bijzondere interesses van Schreuders, en komen we meer te weten over de herkomst van elementen uit zijn eigen ontwerpen. ‘Naar het voorbeeld van Willem de Ridder knipte ik destijds bestaande letters uit en gebruikte ze in mijn blaadjes. Ik kocht vijf exemplaren van de Los Angeles Times en  knipte daar een heel alfabet uit. Die letters liet ik drukken en gebruikte ik voor De Poezenkrant. Met die Poezenkrant ben ik in Amerika naar de Los Angeles Times gegaan, dat had Theo bedacht, om eens te vragen waar die letter eigenlijk vandaan kwam.’

Bij de VPRO kon veel, maar de reportage kwam moeizaam tot stand. ‘Theo en ik  maakten op een A4’tje een voorstel en leverde dat in bij de VPRO. Maar de redactie, met onder andere Hans Keller, Roelof Kiers en Jan Blokker, vond het helemaal niets. Maar omdat we het min of meer voor niks konden maken – er hoefde alleen één cameraman over te vliegen voor drie dagen – kregen we het toch voor elkaar. Het scenario is in feite achteraf tot stand gekomen, aan de montagetafel. Het hing allemaal als los zand aan elkaar.’ Op basis van het programma verschijnt een boekje, of zoals de ondertitel het stelt: ‘een stukje gelegenheidsdrukwerk’. De publicatie volgt het programma vrij letterlijk. Zo letterlijk dat ook de filmframes uit de opening- en eindtitels erin afgedrukt zijn. De ironie die hierin verstopt zit, zal de meeste televisiekijkers waarschijnlijk ontgaan zijn. De credits vermelden bijvoorbeeld nadrukkelijk wie er allemaal tégen de productie waren geweest (‘production opposed by:  Jan Blokker’) en de laatste kleine lettertjes lezen: ‘deze kleine lettertjes kan niemand lezen omdat ze te klein zijn en ook omdat ze te snel weer weg zijn; ze zijn namelijk maar een seconde in beeld.’

De Juinensche Courant

Begin jaren tachtig komt Schreuders voor het eerst in contact met de VPRO gids. Hij wordt gebeld door hoofdredacteur Boudewijn Paans: ‘Hij had van Wim Noordhoek gehoord dat een zekere Piet Schreuders goed was in het maken van krantjes, in het bijzonder parodie-achtige krantjes of pastiches.’ Paans wilde, in het kader van de ledenwerfcampagne voor de B-status, samen met Kees van Kooten en Wim de Bie een Juinensche Courant maken, een streekblad van het fictieve plaatsje Juinen uit hun televisieprogramma. Schreuders verzorgt de vormgeving en neemt zitting in de redactie. ‘De eindredactie was in handen van Wim Noordhoek dus ik voelde me daar volkomen op mijn gemak. Ik deed gewoon waar ik goed in was.’

In 1983 ontwerpt Schreuders zijn eerste omslag voor de VPRO gids. ‘Als het met Van Kooten en De Bie te maken had, mocht ik het omslag maken. En ik maakte ook dingen voor het programma zelf. Dan hadden ze op vrijdag een scène met een boek bedacht en daar maakte ik dan heel snel een omslag voor. Zondagavond kwam het op televisie.’ Schreuders ontwerpt ook de putdeksel voor Deksel van de Desk (1995-1996). Daar kwam ook een gidsomslag bij en het hele decor van het programma. En bij de heruitgave van het Van Kooten en De Bie’s televisiewerk op DVD verzorgt Schreuders de vormgeving van de verzamelboxen.

De Juinensche Courant  bevalt de redactie buitengewoon goed. In 1983 initieert Paans daarom een nieuwe bijlage bij de VPRO gids met intelligente satire van Hugo Brandt Corstius, Van Kooten en De Bie, Wim Noordhoek en Remco Campert. De lay-out is wederom een geslaagde persiflage, misschien zelfs té geslaagd. ‘Nieuws van de Jagerberg was zogenaamd afkomstig van een Bilderberg-achtige denktank, de Jagerberg Groep. Daarvoor had ik een zeer modernistische en strenge vormgeving bedacht, in de stijl van Total Design. Maar dat zag er natuurlijk niet uit. Dat gooi je gelijk weg als je dat in de bus krijgt.’

Schets van Frank van Dam voor het omslag van Vrije Geluiden VPRO, 1985.

In 1985 komt Paans weer met een nieuw idee, een maandblad. ‘Hij had zulke goede ervaringen met die groep schrijvers, dat hij ze aan de VPRO wilde binden. Dat maandblad zou Vrije Geluiden gaan heten. Een ironische titel natuurlijk want Vrije Geluiden was juist omgedoopt tot VPRO gids. Het moest een soort New Yorker worden, een literair en cultureel magazine met veel tekst.’ Het Commissariaat voor de Media maakt bezwaar omdat het blad niet duidelijk gelieerd is aan de VPRO of een van haar programma’s. Paans verzint een truc: een kort programma van vijf minuten , wekelijks op dinsdagmiddag tegen vijf uur met dezelfde naam als het maandblad.  Schreuders mag het invullen: ‘Ik kreeg zendtijd, een technicus, een presentator en iedere zes weken zette ik zes afleveringen in elkaar. Alles kon een onderwerp zijn als ik het maar in vijf minuten kon persen. Maar er kan veel in vijf minuten, het is eigenlijk heel lang als je het goed bekijkt.’ Schreuders onderzoekt de meest uiteenlopende geluiden en muzieksoorten: van weglopend gootsteenwater tot liftmuziek. Net als op het grafische vlak, liggen zijn interesses buiten de gebaande paden.

Met de gedrukte versie van Vrije Geluiden loopt het minder goed af. ‘We maakten een proefnummer, door hele goede schrijvers volgeschreven, er werden 1.000 exemplaren gedrukt, maar het is nooit verspreid. Ik heb nog honderden exemplaren in mijn fietsenhok staan.’ Het proefnummer is te zwaar en duur  om bij de VPRO gids te versturen. Na een eerste editie met minder pagina’s en goedkoper krantenpapier komt er een vroegtijdig einde aan maandblad Vrije Geluiden.

Wim T. Schippers

Naast Van Kooten en De Bie ontwerpt Schreuders ook regelmatig voor een andere opvallende en beeldbepalende VPRO-televisiemaker, Wim T. Schippers. Dat contact ontstaat eind jaren tachtig, nadat Schreuders een affiche voor de serie We zijn weer thuis (VPRO, 1989-1994) maakt. ‘Daar was een klik, misschien nog wel meer dan met Kees en Wim. We hebben dezelfde manier van raar logisch denken, nét even anders. Dingen letterlijk nemen die niet zo bedoeld zijn. Wim is ook een groot fan van De Poezenkrant en hij stuurt ook dingen in. Nieuws over de poes Boelie uit We zijn weer thuis, of als hij weer een nieuwe kat heeft.’

In 2007 start de VPRO met het uitbrengen van het complete radio- en televisiewerk van Wim T. Schippers op DVD. Schreuders doet de vormgeving: ‘Ik ging uit van de oorspronkelijke vormgeving van Wim Wandel,  een heel uitgesproken stijl met veel vette Futura’s, paletachtige vormpjes en driehoeken, dingen die nét een beetje scheef staan. Ik probeerde in zijn sfeer te werken. Je moet jezelf zeker niet op de voorgrond zetten.’ Schreuders zet op de CD’s en DVD trouwens ook oude VPRO-logo’s van Lex Barten of Jaap Drupsteen. Met al die verwijzingen verbindt hij de heruitgaven van Schippers’ oeuvre met de rijke vormgevingsgeschiedenis van de VPRO.

Ondertussen blijft Schreuders radio maken. Hij stopt in 1992 met Vrije Geluiden omdat hij door z’n onderwerpen heen raakt. Daarna maakt hij een wekelijks programma over lichte muziek van een kwartier, Instituut Schreuders. ‘Dat is een mooie titel omdat het lekker bekt, maar er is ook een écht Instituut Schreuders geweest. Mijn overgrootvader Otto Johannes Schreuders leidde een gymnasium in Noordwijk, de letters staan nog op de gevel.’ Instituut Schreuders loopt tot 2000, het overlapt één jaar met Schreuders werk voor de VPRO gids.

Affiche als eerbetoon aan Schreuders werk voor de VPRO-gids.

VPRO Gids

In 1998 vraagt Boudewijn Paans Schreuders om elke week de gids op te maken. Tot dusver heeft Schreuders al zeer regelmatig gidsomslagen ontworpen, maar een vaste betrekking is toch iets anders. ‘Daar heb ik heel lang over na moeten denken. Ik vond het een beetje veel, ’s ochtends heel snel radio maken en dan gelijk door om te lay-outen.’ Maar Schreuders zegt ja en wordt artdirector van de omroepgids. De eerste jaren verandert het team van Paans, Schreuders en een beeldredacteur (tot 1999 Nienke Denekamp, tot 2001 Kirsten Algera) veel aan de omroepgids: het lettertype, de lay-out, zelfs het formaat.  Als art director waakt hij samen met de beeldredacteur over de kwaliteit van de covers, biedt hij een podium aan jonge, talentvolle ontwerpers en weet hij feilloos die typische ironische, kritische en originele VPRO-toon over te brengen. Zijn rol bij de gids blijft niet onopgemerkt; zo krijgt hij in 2003 de Mercur Award voor art-direction en meer dan eens worden VPRO Gids covers als beste genomineerd en gekozen.

Naast de werkzaamheden voor de VPRO gids maakt Schreuders steeds meer boeken: ‘Die hebben een hele lange productietijd. Dat vind ik een mooie afwisseling met het snelle van een weekblad.’ Schreuders heeft een aantal langdurige fascinaties die hij met grote zorgvuldigheid en veel geduld onderzoekt. Zijn fascinatie voor Amerikaanse pocketboekomslagen stopt bijvoorbeeld niet na Hollywood at last! en Paperbacks U.S.A. Schreuders verdiept zich in het leven en werk van ‘cover artist’ James Avati. Samen met regisseur Koert Davidse maakt Schreuders in 2000 een documentaire over deze schilder en grafisch ontwerper, die uiteraard uitgezonden wordt door de VPRO. Vijf jaar later verschijnt de monografie The Paperback Art of James Avati.

VPRO gids covers

Het boek over de vormgeving van de VPRO Gids heeft een veel kortere ontstaansgeschiedenis. In 2011 neemt de VPRO ter gelegenheid van haar 85-jarig bestaan het initiatief voor een boek over de befaamde omslagen. Piet Schreuders, beeldredacteur Beate Wegloop en redacteuren Maarten van Bracht en Elja Looijestijn worden gevraagd dit boek samen te stellen. De nadruk ligt op de omslagen, maar ook de veranderingen in het zogenaamde ‘spoorboekje’ – het schema met programma’s, zenders en tijden –  de lay-out van de artikelen, de typografie, mastheads en logo’s komen aan bod.

Voor Schreuders is het een genot om alle oude gidsen door te nemen. ‘Al die veranderingen bij de VPRO gingen allemaal op zijn janboerenfluitjes. Ik heb het zelf vanaf 1983 zo’n beetje meegemaakt. Ze komen met iets, je gaat aan het werk, er wordt over en weer gepraat. Dat duurt dan té lang. Intussen staat de drukker te trappelen. Vervolgens moet je iets doen met letters die zij niet kunnen zetten, of de letters komen te laat. Het wordt een compromis, of het is half af, maar het moet wel beginnen. Dus staat voorin in het redactionele commentaar: “De vakmensen zijn nog enige tijd bezig om de zaak te perfectioneren, maar hier presenteren wij dan hopelijk een grote verbetering voor u als lezer. Het is overzichtelijker geworden, bla bla bla.” Hele kolom volgetikt. Al die jaren zijn die stukjes zijn min of meer hetzelfde. De enthousiaste taal van goedbedoelende intellectuelen die dan wat schrijven over grafische vormgeving.: “de gids heeft een nieuw jasje aangetrokken.”’

Terwijl Schreuders alle VPROgidsen van 1926 tot 2010 doorneemt, maakt hij in één moeite door een index van alle omslagontwerpers. Deze index komt achterin  het boek te staan. Eveneens verzamelt hij alle mastheads en logo’s en plaatst ze op een tijdslijn. De pagina’s in het boek zijn gelabeld met een jaartal en de algehele vormgeving van binnenwerk en omslag baseert hij op de VPRO-vormgeving van Lex Barten uit 1926 en het lettertype van de meest recente huisstijl, de VPRO Thonik bold van Paul van der Laan uit 2010. Uit de aandacht voor details en feiten spreekt Schreuders toewijding aan zijn vak en de geschiedenis daarvan. Het boek wordt terecht verkozen tot één van de Best Verzorgde Boeken van 2011.

Niet alle omslagen uit de 85-jarige VPRO-geschiedenis komen in het boek. Wegloop en Schreuders hanteren een sterrensysteem voor de selectie. Schreuders eerste omslag voor de VPRO gids met Van Kooten en De Bie uit 1983 valt af. ‘Het is misschien een zwak excuus, maar ik kon hem niet vinden. Tenminste, geen exemplaar dat ik kon reproduceren. Plus, ik vond hem niet mooi. Gelukkig had ik genoeg andere dingen die ik wilde afbeelden.’ Volgens zijn eigen index ontwierp Schreuders tussen 1984 en 2010 maar liefst 151 omslagen. Die zijn vaak niet herkenbaar als VPRO gids-omslagen, ze persifleren andere media en zetten de kijker op het verkeerde been. Ook met historische onderwerpen, vooral die uit de geschiedenis van populaire cultuur is Schreuders in topvorm. Zo maakt hij onder andere  VPRO gids-omslagen in de stijl van de Veronica gids (1991), The Daily Mirror (1997), Film Fun (2009) en Hitweek (2005).

Omslag VPRO-gids van Piet Schreuders uit 2005 die verwijst naar het blad Hitweek uit 1968.Vertrek

Het gedwongen vertrek bij de VPRO gids heeft niets te maken met Schreuders kwaliteiten als ontwerper, maar meer met de vorm van zijn arbeidscontract. In tijden van crisis vliegen mensen met tijdelijke contracten en freelancers er het eerste uit. De bezuinigingen die de VPRO en andere omroepverenigingen moeten doorvoeren, zijn fors. Ze worden door de overheid gedwongen zich minder als spreekbuis van een bevolkingsgroep te gedragen en meer als een productiebedrijf dat alleen kijkcijfers afweegt. Dit proces is al sinds de introductie van commerciële televisie aan de gang. Binnen deze ontwikkelingen is de behoefte van de VPRO aan een sterke merkidentiteit te begrijpen. Maar deze strategie gaat ten koste van het inspirerend opdrachtgeverschap van de VPRO waarbinnen de autonomie van makers en ook ontwerpers voorop stond. De unieke televisievormgeving verdween al in 2000 van het scherm, de eigen signatuur van de afdelingen radio, tv en gids werden in 2010 gestroomlijnd in één huisstijl (ontworpen door bureau Thonik). Nu dreigt met het vertrek van Schreuders de eigenzinnigheid van de VPRO-vormgeving nog verder af te brokkelen.

Liselotte Doeswijk, 25 mei 2013.

Dit interview is gebaseerd op een gesprek met Piet Schreuders op 20 december 2011.

Meer lezen: Mark Moorman, ‘Ode aan vormgever Piet Schreuders’, Het Parool, 7 maart 2013.

www.pietschreuders.com

Piet Schreuders en Beate Wegloop, VPRO Gids covers: een kleine geschiedenis van de VPRO-vormgeving aan de hand van enige honderden gidsomslagen van 1926 tot nu, 2011.

Liselotte Doeswijk, ‘Vrijzinnige vormgeving: 85 jaar VPRO gids covers’, http://www.designhistory.nl/2011/vrijzinnige-vormgeving-85-jaar-vpro-gids-covers/

Het affiche Eerbetoon aan Schreuders is gedrukt en verspreid door uitgeverij Plaizier. www.plaizier.be

 

reageer op dit artikel via e-mail