Van getallen naar betekenis naar beeld, een verkenning

Data zijn ‘in’. Sinds het toenemend computergebruik en de komst van het wereldwijde web, in de jaren tachtig en negentig, hebben databases een enorme vlucht genomen en zijn ze niet alleen in aantal maar tevens in omvang fors gegroeid. Ook het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) maakt intensief gebruik van databestanden die via sofinummers – tegenwoordig eufemistisch ‘burgerservicenummer’ genoemd – aan elkaar zijn gekoppeld om gegevens over het doen en laten van de Nederlandse bevolking boven water te krijgen. Of George Orwell met 1984 en zijn ‘Big Brother is Watching You’ een visionaire blik had, laten we graag aan het oordeel van deskundigen over. Waar het nu om gaat, is dat zowel ontwerpers als kunstenaars zich met veel enthousiasme storten op het in beeld brengen van deze verzamelingen aan gegevens. En dan niet alleen in gedrukte vorm of als bewegend beeld, maar ook op het web met de mogelijkheid van ‘doorklikken’ om specifiekere informatielagen te tonen. Maar wat doen deze makers precies, hoe ziet dat eruit, wat houdt dit vakgebied in, en waar bouwen ze op voort? In dit artikel verkennen we het terrein.

Charles Joseph Minard, diagram over de tocht van het Napoleontische leger naar Moskou, 1869.
Charles Joseph Minard, diagram over de tocht van het Napoleontische leger naar Moskou, 1869.

Een terugblik

Gegevens verzamelen – of zoals dat tegenwoordig heet: een database aanleggen – die vervolgens interpreteren en in beeld omzetten, is een al langer bestaande traditie en werd in eerste instantie vooral door onderzoekers ingezet om ‘de waarheid’ aan te tonen. De negentiende eeuw heeft indrukwekkende klassiekers opgeleverd zoals het beroemde diagram van Charles Joseph Minard uit 1869 waarmee hij de desastreus verlopen tocht van het Napoleontische leger naar Moskou (1812-1813) weergaf.(1)Carte figurative des pertes successives en hommes de l’Armée Française dans la campagne de Russie 1812-1813. In het diagram zijn zowel de bewegingen van de troepen als de uitdunning van het leger en de lage temperaturen tijdens de terugtocht opgenomen. Van de ruim vierhonderdduizend soldaten kwamen er slechts tienduizend terug (2,5%). Minards beeldgrafiek laat in één oogopslag zien dat niet alleen oorlogshandelingen daar debet aan waren, maar vooral ook de bittere kou van de Russische winter.

Een ander bekend voorbeeld komt van Florence Nightingale, de legendarische ‘Lady with the Lamp’ die tijdens de Krimoorlog (1853-1856) Britse soldaten verpleegde. Met een zelfbedachte variant op het cirkeldiagram toonde zij aan dat betere hygiëne in hospitalen de zieken heel veel meer kans op herstel bood. Ook de epidemioloog John Snow maakte zich op dit terrein verdienstelijk. Tijdens de uitbraak van een cholera-epidemie in het Londen van 1854 kruiste hij op een plattegrond de ziektegevallen aan waardoor hem duidelijk werd dat de infectiehaard een openbare waterpomp in Broad Street moest zijn aangezien die in het centrum van de epidemie lag. Nadat de pomp buiten gebruik was gesteld, nam het aantal choleragevallen meteen drastisch af. Zo weerlegde Snow tegelijkertijd de toenmalige opvatting dat cholera zich via de lucht verspreidde.(2)http://www.bbc.co.uk/history/historic_figures/snow_john.shtml

Opkomst van beeldstatistieken

Onderzoekers gebruikten steeds vaker statistieken om wetenschappelijke gegevens of sociale misstanden in beeld te brengen. Tegen het einde van de negentiende eeuw ontstond bijvoorbeeld de ‘gewichtskromme’ die moeders wees op de ideale verhouding tussen het gewicht en de lengte van hun kroost. Charles Booth liet tussen 1889 en 1903 zeventien boeken over de Londense samenleving verschijnen waarin gekleurde kaarten maatschappelijke tegenstellingen zichtbaar maakten. Zwart was ‘lowest class, vicious, semi-criminal’. Via blauw en paars begon bij roze de welvaart als ‘fairly comfortable’, rood was ‘well to do’ en de hoogste klasse kreeg goudgeel toebedeeld.(3)Kerstnummer Grafisch Nederland 1996, Van taarten en balken, p. 15.

Otto Neurath en Gerd Arntz, beeldstatistiek over de toename van de wereldwijde handelsvloot, 1930.
Otto Neurath en Gerd Arntz, beeldstatistiek over de toename van de wereldwijde handelsvloot, 1930.

Na de Eerste Wereldoorlog werkte de Oostenrijker Otto Neurath bij de afdeling stadsplanning en coöperatieve woningbouw te Wenen. In die functie informeerde hij een breed publiek over sociale en economische omstandigheden en opende hij een Museum voor Maatschappij en Economie (1923). Daar toonde hij de door hem ontwikkelde beeldstatistiek (de isotype-methode, ook wel Weense methode genoemd). ‘Als basisregel gold hierbij dat één symbool één specifieke waarde kreeg. Een grotere waarde werd door meerdere symbolen weergegeven en niet door grotere symbolen. Door de symbolen te groeperen, kon de boodschap helder en overzichtelijk overgebracht worden.'(4)Idem, p. 18.

Neurath zocht contact met de kunstenaar/graficus Gerd Arntz die vanaf 1926 zo’n vierduizend symbolen (tegenwoordig pictogrammen genoemd) voor hem ontwierp.(5)Over het werk van Gerd Arntz http://www.gerdarntz.org. Deze zijn onder andere gepubliceerd in de uitgave De Moderne Mensch Ontstaat (1940) met de ietwat dreigende ondertitel: ‘Een reportage van vreugde en vrees’. Vrees en hoop kwellen de mens, schreef Neurath, om er direct geruststellend aan toe te voegen dat zijn bedoeling was de vrees door middel van een wetenschappelijke aanpak te verminderen.

De isotype-methode was hier al eerder bekend geraakt via Wil Sandberg, grafisch ontwerper en later directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam. Hij ontmoette Neurath in Wenen (1927), trok veel met hem op en nam de beeldstatistiek mee naar Nederland. Hoewel Sandberg vaag bleef over de invloed die Neurath op hem had, vertelde hij meer dan vijftig jaar later: ‘… ik heb van hem geleerd hoe het moest, want ik herinner mij niet dat ik er voor die tijd al mee bezig was. Beeldstatistiek had mijn bijzondere interesse door mijn maatschappelijke uitgangspunten. Het had iets nuttigs en tegelijkertijd had het iets met kunst te maken.'(6)Max Arian, Zoeken & Scheuren, de jonge Sandberg, Huizen 2010, p. 120. In eigen beheer gaf Sandberg de brochure Het verleden in Egyptische reliëfs, het heden in statistisch beeld (1929) uit waarin hij, overigens zonder de naam van Neurath te noemen, wel zijn gedachtegoed uitdroeg. Vanwege het nazisme vluchtten Neurath en Arntz naar Den Haag (1938) maar van enig contact in Nederland tussen hen en Sandberg is niets bekend.(7)Idem, pp. 119-124.

De informatiemaatschappij

Het fenomeen beeldstatistiek kreeg na de Tweede Wereldoorlog, onder andere door het werk van Arntz voor het Nederlandse Instituut voor Statistiek, steeds grotere bekendheid.[8. In 1976 is in Den Haag een grote tentoonstelling over het werk van Gerd Arntz gehouden; In 1985 ontving Arntz de H.N. Werkmanprijs voor zijn gehele oeuvre.] De belangstelling hiervoor nam nog verder toe door de opkomst van de informatiemaatschappij. Naast databases (verzamelingen van pure gegevens) deden begrippen als data warehousing (het beheer van gegevens door de overheid, instellingen en het bedrijfsleven), data mining (het ontdekken van betekenisvolle gegevens of patronen binnen de databases) en data visualization (het in beeld brengen van de betekenis van de gegevens) hun intrede. Bovendien bogen niet langer alleen wetenschappers zich over de visualisering van gegevens, ook de media (journalisten en ontwerpers) ontdekten het nut van databases. Zo ontstond een ‘drie-eenheid’: het samenwerken van een wetenschapper die de gegevens aanlevert met een journalist die het materiaal in gewone mensentaal omzet en een ontwerper die het geheel op een intelligente manier in beeld brengt.

Al deze mogelijkheden en ontwikkelingen lieten de ontwerpwereld niet onberoerd zoals blijkt uit het interessante Kerstnummer Grafisch Nederland dat in 1996 geheel aan dit onderwerp was gewijd. Onder de titel Van taarten en balken wilde de redactie: ‘de geschiedenis in beeld brengen, de theoretische achtergrond van het diagram laten zien, makers aan het woord laten en aandacht besteden aan infographics, de meest actuele en spectaculaire vorm van diagrammen.'(8)Op. cit. (noot 3), p. 6; De redactie bestond uit Myriam Daru en Karel van der Waarde (tekst/eindredactie), Gerard Berlijn (interviews) en Anet ter Horst. Samenwerkende Ontwerpers verzorgden de vormgeving.

Dean Alberga e.a., infographic Bokito waagt de sprong, Algemeen Dagblad mei 2007.
Dean Alberga e.a., infographic Bokito waagt de sprong, Algemeen Dagblad, mei 2007.

Opkomst van infographics

Infographics (informatiegrafieken) is tegenwoordig de verzamelnaam voor het in beeld brengen van allerlei soorten informatie en vaak worden ze gemaakt door beeldmakers die middenin de journalistieke wereld staan. Veel van deze infographics leggen een proces uit of lichten evenementen uit het nieuws toe. Vooral kranten, tijdschriften, actualiteitsprogramma’s en educatieve diensten gebruiken steeds vaker infographics om hun publiek in beelden te vertellen over bijvoorbeeld de werking van de Hemwegcentrale, de ontsnapping van Bokito of de aanslag door Karst T. op Koninginnedag.(9)‘Hemwegcentrale Amsterdam’, Karin Schwandt en Jeroen van Ingen (Schwandt-infographics), Nuon 2008; ‘Bokito waagt de sprong’, Dean Alberga, Deidre Fabery de Jonge en Annet van den Berg, Algemeen Dagblad. Het drama vond plaats op 18 mei 2007; Over de aanslag door Karst T. op Koninginnedag, ‘Zonnig Oranje kleurt diep zwart’, Algemeen Dagblad, 1 mei 2009.

Een goed gemaakte infographic combineert een helder gerangschikte tekst (kop en korte toelichtende teksten) met een adequaat beeld- en kleurgebruik en is volledig te begrijpen zonder het bijbehorende redactionele artikel te hoeven lezen. De ingrediënten voor een infographic zijn meestal een combinatie van grafisch ontwerp, typografie, pictogrammen, illustraties, animaties, fotografie of cartografie.[11. Juryrapport Infographicsjaarprijs 2009.]

Karin Schwandt, infographic Mag het iets zachter, Algemeen Dagblad 15 juni 2002.
Karin Schwandt, infographic Mag het ietsje zachter, Algemeen Dagblad 15 juni 2002.

Sinds 2000 bestaat er zelfs een infographicsjaarprijs. De BNO (Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers) organiseert de prijs maar het initiatief om er verdere ontwikkelingen binnen dit vakgebied mee te stimuleren, komt vooral uit de journalistieke hoek. Aan de bekroonde werkstukken is af te lezen hoe breed het terrein van infographics tegenwoordig is. De onderwerpen variëren van schilderwerk door de eeuwen heen, tot het slikken van voedingssupplementen en gehoorbeschadiging bij orkestmuzikanten en de bouw van de Noord-Zuidlijn.(10)In 2000 kreeg Theo Barten de prijs met ‘4000 jaar schilderwerk’ gemaakt voor Akzo Nobel Decoratieve Coatings/Sikkens Bouwverven (organisatie BNO en AD); Het jaar daarna was Roland Bakhuizen de gelukkige met ‘Vooral kinderen en ouderen slikken supplementen’ gemaakt voor NRC Handelsblad (organisatie BNO en AD); In 2002 ontving Karin Schwandt de jaarprijs met ‘Mag het iets zachter’ (over gehoorbeschadiging bij orkestmuzikanten) gemaakt voor het Algemeen Dagblad (organisatie BNO, NVJ en de vakgroep VIN); En in 2008 ging Jelrik Atema met ‘Een bodemloze put’ (over de bouw van de Noord-Zuidlijn) voor weekblad Elsevier er met de prijs vandoor (organisatie BNO en NVJ).

Frederik Ruys, infographic Hoe de kredietcrisis de beurs besmette, Het Financieele Dagblad 20 december 2008.
Frederik Ruys, infographic Hoe de kredietcrisis de beurs besmette, Het Financieele Dagblad 20 december 2008.

De jaarprijs van 2009 ging naar Frédérik Ruys met ‘Hoe de kredietcrisis de beurs besmette’ voor Het Financieele Dagblad. De vorm van deze infographic refereerde overduidelijk aan een database. In het juryrapport stond te lezen: ‘De jury heeft met nieuwsgierigheid en bewondering kennis genomen van de vernieuwende vorm waarin deze infographic is gegoten. Het beeld bevat een enorme hoeveelheid informatie, maar is toch in één oogopslag makkelijk te begrijpen. De lezer van het FD realiseert zich subiet de donderwolken die van de pagina afspatten: hier wordt een kredietcrisis gepresenteerd. Het kleurgebruik toont welk bedrijf op welk moment in de rode gevarenzone raakt en is, met dank aan de presentatie, meteen met andere bedrijven te vergelijken.’

De makers

Intussen is het maken van infographics uitgegroeid tot een alom erkend specialisme zoals blijkt uit de vele congressen, symposia en bijeenkomsten die de laatste jaren zijn gehouden.(11)Over IC08 (het Infographic Congres in 2008): Frédérik Ruys (red), Infographics in Nederland, Utrecht 2008; Over IC09: Frédérik Ruys (red ism NVJ en BNO), Infographics 1, bijlage bij de Journalist en Vormberichten, Utrecht 2009; een uitgave over IC10 is in de maak. Meer informatie http://www.infographics.eu. In 2008 telde Nederland ruim tweehonderd ontwerpers en redacteuren die dit vak beoefenen.(12)Idem, Ruys 2008, p. 7. En de BNO doet momenteel, samen met de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten), pogingen om de infographicmakers te organiseren. Niet alleen neemt het aantal beoefenaars toe, ook de terreinen waarop zij inzetten, worden talrijker en steeds diverser. BNO-Tallks 03 besteedde, onder de titel ‘CSI Design’, een bijeenkomst aan de vraag hoe infographicmakers met hun vakgebied politie en justitie kunnen helpen bij het oplossen van misdaden. Op de voorste rij zat een hoge agent in vol ornaat.(13)BNO-Tallks 03, 22 april 2010; BNO-Tallks is een serie bijeenkomsten voor ontwerpers over hun vak, visie, inspiratie en creatie; Om een betere greep op het onderzoek (en de persconferenties) te houden, gaf de Nederlandse politie een Engels bedrijf de opdracht voor een (bewegende) infographic over de aanslag door Karst T. op Koninginnedag 2009. Politievoorlichter Paul Lucas toonde het resultaat. Op een andere bijeenkomst vertelde infographicmaker Ruys hoe hij zijn beroep benutte in een verzekeringszaak.(14)BNO Spellbound 054, 8 juni 2010. Toen zijn auto op de snelweg door een medeweggebruiker was geschept, stuurde hij geen geschreven verslag maar een infographic. De verzekeringsmaatschappij loofde zijn glasheldere beeld. De zaak was wat hen betreft rond en kon snel afgewikkeld worden. In Amerika zijn al regelmatig infographics gebruikt om tijdens rechtszaken de jury en rechter in kort bestek ingewikkelde situaties uit te leggen. Ook het Internationaal Strafhof in Den Haag maakt van infographics gebruik, bijvoorbeeld om bewegingen van legereenheden die zich schuldig maken aan het schenden van mensenrechten in beeld te brengen. Zo hoeven rechters niet meer in meterslange dossiers zelf naar snippers informatie te zoeken om te achterhalen waar daders en slachtoffers zich op een bepaalde plaats of tijdstip bevonden.(15)Presentatie Chris Campbell (als infographicmaker in dienst bij het Internationaal Strafhof Den Haag) tijdens IC10. Hij waarschuwde wel tevoren dat hij misschien niet op alle vragen kon ingaan omdat de (vaak jarenlange) processen nog lopen.

Catalogtree, affiche 6 uit de serie Flocking Diplomats, 2008.
Catalogtree, affiche uit de serie Flocking Diplomats, 2008.

Dat data en de visualisatie ervan in de lift zitten, blijkt ook uit de aandacht ervoor op academies. Zo deed afgelopen voorjaar een masterclass van het Sandberg Instituut verslag van de voortgang over hun project ‘De database als vertelvorm’.(16)De Mediafonds@Sandberg Masterclass wordt georganiseerd door het Sandberg Instituut (afdeling ontwerpen) in samenwerking met het Mediafonds (Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties). Presentaties masterclass, 12 mei 2010, http://followthemoney.nu/?page_id=290. Een kleine greep uit de presentaties. Daniel Gross en Joris Maltha (Catalogtree) richten zich, in samenwerking met documentairemaakster Marije Meerman, met het project ‘Inside the Black Box’ op de financiële wereld. Deze omgeving is allang geen zaak meer van een horde schreeuwende mannen op de beursvloer maar (grotendeels) van een computernetwerk dat door modellen en algoritmen wordt aangestuurd. Dat dit systeem echter niet feilloos is, bleek toen een kleine ‘misser’ in het netwerk een bepaald aandeel – zonder aanleiding – in duizelingwekkende vaart in waarde liet zakken. Gelukkig voor het aandeel (en de eigenaren) zag een oplettende medewerker dit gebeuren. Hij wist niet meteen wat te doen en legde daarom het hele systeem maar plat. De database met de ‘misser’ geeft deze makers genoeg redenen om te gaan uitzoeken hoe geldstromen en de reële economie zich eigenlijk tot elkaar verhouden.

Het duo van Catalogtree maakte al eerder werk op basis van een database van de Amerikaanse overheid met alle parkeerbonnen die tussen 1997 en 2005 aan diplomaten in de stad New York waren uitgedeeld. Deze gegevens verwerkten zij, met steeds een andere invalshoek, in de serie affiches Flocking Diplomats (2008). Terwijl zij bezig waren, realiseerden zij zich dat databases niet altijd ‘neutraal’ zijn en dat gegevens kunnen vertekenen. Zo waren op tijd betaalde bekeuringen niet altijd opgenomen. Maar veel opvallender was dat de autoriteiten in de database wél alle bonnen van ‘niet bevriende naties’ verwerkten, en minder die van bevriende landen.(17)Presentatie Catalogtree tijdens IC09, http://www.catalogtree.net/projects/diplomats; Ruys 2009, op. cit. (noot 13), voorzijde omslag en pp. 40-43. Typerend voor de werkwijze van Gross en Maltha is dat zij niet bang zijn zelf computerprogramma’s te schrijven om data te visualiseren. Dat vinden zij zelfs een groot voordeel omdat daarmee het resultaat vaak een verrassende, en iedere keer weer andere, vorm oplevert. Het liefst zouden zij de computer al het werk laten doen en zelf met hun vingers geheel van de vormgeving afblijven.

Een ander interessant project van de masterclass was de Pentecosta Atlas van documentairemaakster Bregtje van der Haak en informatieontwerper Richard Vijgen. Zij richtten zich op de Pinkstergemeente, de snelst groeiende religieuze beweging ter wereld. Van de twee miljard christenen is een kwart lid en iedere dag komen er 35.000 nieuwe leden bij. De gelovigen zijn van mening dat God het dagelijkse leven bepaalt en mensen rijk en gezond kan maken. Van der Haak en Vijgen zien Pentecosta als een succesvol merk (global brand) en werken aan een online Pentecosta Atlas om inzicht te geven in deze religieuze beweging en die in kaart te brengen middels een groeiend beeldarchief. Ze bieden de bezoekers van hun website drie gekoppelde informatiestromen – wereldkaarten, visuele uitingen van Pentecosta, en een video over de Winners Church in Nigeria – en bezoekers kunnen daar zelf weer beelden aan toevoegen. Op die manier ontstaat een enorme visuele database over een dagelijks groeiende religie. De makers laten uitdrukkelijk ‘het verhaal vertellen’ over aan de bezoekers. Die mogen uit de steeds groeiende hoeveelheid materiaal hun eigen versie destilleren en kunnen deze zelfs (via print) in de vorm van een persoonlijk boek gieten.

Zoals deze voorbeelden laten zien, zijn data op zichzelf niets (althans, kennen geen moraal of mening) en ze krijgen pas betekenis wanneer ze geïnterpreteerd en gevisualiseerd worden. De manier waarop dat gebeurt, en de keuzes die de informatieontwerper maakt, bepalen uiteindelijk hoe infographics gelezen en begrepen worden. Ze zijn daarmee een middel om zaken helder te maken en inzicht te vergroten, maar tegelijkertijd ook manipulatief en schijnbaar objectief.

De museale omgeving

Data en computers zijn ‘in’ en zij staan centraal binnen het beleid van Mieke Gerritzen, directeur van het Graphic Design Museum te Breda. Gerritzen is van huis uit ontwerper en houdt zich al lange tijd met computertechnologie bezig: ‘De grafisch ontwerper is intermediair tussen ons en de technologie geworden, (…) Alles wat op het scherm verschijnt, is ontworpen.'(18)Tracy Metz, ‘Nieuwe directeur Mieke Gerritzen van het Grafisch Museum in Breda over haar plannen. Alles op een beeldscherm is grafisch ontwerp’, NRC Handelsblad, 5 januari 2009, p. 9. Vanuit het museum zette zij eerst een Dutch Design Database op waarin allerlei informatie over ontwerpers was verzameld en die tevens in de vorm van een tentoonstelling is gegoten (2009). Daarna volgde het symposium Me You and Everyone we Know is a Curator in het Amsterdamse Paradiso.(19)Me You and Everyone we Know is a Curator, 19 december 2009. Zie elders op deze site een symposiumverslag van Liselotte Doeswijk. En onlangs was de tentoonstelling Infodecodata te zien waarbij de titel verwijst naar informeren, decoderen en databases. ‘Deze tentoonstelling’, aldus de website van het museum, ‘maakt de eeuwenoude verbinding tussen kunst en wetenschap direct zichtbaar. Er ontstaat een nieuw gebied waar wetenschappers, kunstenaars en ontwerpers elkaar tegenkomen.’

In een van de zalen bracht de ontwerpster Gerlinde Schuller een 26 meter lange tijdlijn op de muur aan, van de Big Bang tot heden. Hierop presenteerde zij ‘ons collectieve geheugen’ (als de opslag van gemeenschappelijk gedeelde kennis) aan de hand van personen en gebeurtenissen uit de politiek, wetenschap, hoge en lage cultuur.(20)Voor de samenstelling van haar tijdlijn ondervroeg Schuller allerlei mensen, omschreven als protagonisten uit diverse gebieden. Bezoekers van de tentoonstelling mochten op de muur zelf personen en gebeurtenissen toevoegen; Op het web biedt bijvoorbeeld Timerime http://timerime.com/nl aan bedrijven en organisaties al de mogelijkheid om zelf tijdlijnen samen te stellen. De vraag wat kennis is, hoe die vergaard en onthouden wordt, wie die beheert en toegankelijk maakt, leidde al eerder tot de kloeke publicatie Designing Universal Knowledge, opgebouwd als een rijk geïllustreerde encyclopedie, met trefwoorden die vooral technologische ontwikkelingen en informatiedesign benadrukken.(21)Gerlinde Schuller, Designing Universal Knowledge. The World as Flatland – Report 1, Baden 2009.

Installatie van Lev Manovich in het Graphic Design Museum over de omslagen van Times Magazine, 2010.
Installatie van Lev Manovich in het Graphic Design Museum over de omslagen van Times Magazine, 2010.

Lev Manovich onderzocht alle omslagen van Time Magazine (1923-nu), toonde zijn bevindingen op de expositie en gebruikte voor de verschillende visualisaties zowel databases als originele omslagen.(22)Lev Manovich is hoogleraar beeldende kunst aan de universiteit van Californie, San Diego en directeur van het Lab voor Culturele Analyse aan het Californisch Instituut voor Telecommunicatie en Informatietechnologie. Aan een meterslange strook (ontstaan uit een database van alle omslagen) is af te lezen wanneer het blad van zwart wit op kleur overstapte en hoe de kleuren van de omslagen tot pakweg 2000 steeds meer contrast kregen. Voor historici met kennis van de ontwikkeling van druktechnieken en tijdschriften is dit resultaat vast geen verrassing. Daarnaast toonde Manovich, aan de hand van rijen originele omslagen, wanneer naast politiek ook onderwerpen als sport en cultuur op de omslagen verschijnen. Manovich gebruikt niet alleen databases omdat, stelt hij, series echte omslagen meer verschillende ontwikkelingen tonen en toegankelijker zijn voor een groot publiek.

De harde schijf van de computer van Jack van Wijk, gevisualiseerd met het programma Sequoia View.
De harde schijf van de computer van Jack van Wijk, gevisualiseerd met het programma Sequoia View.

Het museum organiseerde rondom deze tentoonstelling ook een symposium vanuit de intrigerende vraag: What are the concepts of the world’s leading designers? Een kleine greep uit de verschillende presentaties geeft een beeld van de huidige stand van zaken in Infodecodataland. Hoogleraar visualisatie Jack van Wijk (faculteit wiskunde TU Eindhoven) liet zien dat de hersenen van mensen al decoderen naar vorm en kleur. Aan de hand van (kort getoonde) beelden met cirkels, vierkanten en driehoeken in verschillende kleuren, vroeg hij het publiek telkens opnieuw hoeveel cirkels in een bepaalde kleur zij gezien dacht te hebben. Door de aantallen van de vormen en kleuren op te voeren, bleek er wel een grens te zijn aan wat mensen in ‘één blik’ kunnen waarnemen. Van Wijk ontwikkelde met zijn onderzoeksteam de ‘SequoiaView’, een programma (te downloaden op internet) waarmee de harde schrijf van de eigen computer is te visualiseren.(23)Het computerprogramma SequoiaView is al door meer dan een miljoen mensen gedownload, http://www.win.tue.nl/cgi-bin/usr/sequoia/download3.cgi. Op de tentoonstelling hingen de voorbeelden hiervan in rijen aan de wand. Intrigerende en steeds unieke beelden die toch ook weer op elkaar lijken. ‘Kenners’ kunnen aan de kleuren en vlakindeling de voorkeur van de computerbezitter voor bepaalde bestanden als video’s, mp3’s of foto’s aflezen, zoals ‘vroeger’ de inhoud van iemands boekenkast diens belangstelling prijsgaf.

Op het symposium presenteerde Manovich zijn onderzoek naar het kleurgebruik van de kunstenaars Piet Mondriaan (1872-1944) en Mark Rothko (1903-1970). Hele generaties kunsthistorici zijn opgeleid met de methode van twee dia’s vergelijken. Manovich stopte hun werk (200 afbeeldingen van ieder) in een database, vergeleek deze en kwam tot de conclusie dat zowel Mondriaan als Rothko in de loop van hun carrière steeds lichtere kleuren gingen gebruiken. Dit is wellicht geen verrassende uitkomst want eenieder die het werk van de kunstenaars kent, zou tot hetzelfde resultaat komen. Maar met een database in een computer is deze conclusie wel sneller en exacter te trekken en voor enorm omvangrijke datasets kan zo’n aanpak zelfs handig zijn omdat die soms elk menselijk voorstellingsvermogen te boven gaat.

Een originele en heel geestige bijdrage om de steeds groeiende aanwas aan informatiestromen in te dammen, kwam van Jelte van Abbema (in 2006 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven). Hij ontwierp een letterfont waarmee de woorden fris in beeld verschijnen, daarna langzaam verschrompelen als blaadjes aan een boom en na verloop van tijd vanzelf oplossen. Van Abbema denkt en hoopt dat mensen die deze letter gebruiken weer zullen teruggrijpen op het schrijven van brieven. Maar is dit niet meteen ook de ideale letter voor het wereldwijde web om de gigantische hooiberg, waarin we steeds op zoek zijn naar die ene naald, terug te brengen tot meer handzame proporties?

Dit alles overziend, valt in ieder geval te concluderen dat het vakgebied – met de diverse invalshoeken – verschillende kanten uitwaaiert en allengs meer beoefenaars trekt. Enerzijds weten de makers als nieuwe Renaissance-mensen wetenschap en techniek te combineren met kunst, vormgeving en eigentijdse inzichten, en anderzijds worden ontwerpers steeds meer ‘programmeurs’ die met de nieuwste technologische ontwikkelingen nooit eerder vertoonde beelden maken. Het werkterrein is volop in ontwikkeling en het onderwerp stimuleert zowel ontwerpers als wetenschappers en kunstenaars. In ieder geval zijn de combinaties die er tussen deze velden ontstaan interessant, alsook de nieuwe samenwerkingsverbanden en invalshoeken. Het laatste woord is er nog lang niet over gezegd.

Hennie van der Zande 2010.

noten   [ + ]

1. Carte figurative des pertes successives en hommes de l’Armée Française dans la campagne de Russie 1812-1813. In het diagram zijn zowel de bewegingen van de troepen als de uitdunning van het leger en de lage temperaturen tijdens de terugtocht opgenomen.
2. http://www.bbc.co.uk/history/historic_figures/snow_john.shtml
3. Kerstnummer Grafisch Nederland 1996, Van taarten en balken, p. 15.
4. Idem, p. 18.
5. Over het werk van Gerd Arntz http://www.gerdarntz.org.
6. Max Arian, Zoeken & Scheuren, de jonge Sandberg, Huizen 2010, p. 120.
7. Idem, pp. 119-124.
8. Op. cit. (noot 3), p. 6; De redactie bestond uit Myriam Daru en Karel van der Waarde (tekst/eindredactie), Gerard Berlijn (interviews) en Anet ter Horst. Samenwerkende Ontwerpers verzorgden de vormgeving.
9. ‘Hemwegcentrale Amsterdam’, Karin Schwandt en Jeroen van Ingen (Schwandt-infographics), Nuon 2008; ‘Bokito waagt de sprong’, Dean Alberga, Deidre Fabery de Jonge en Annet van den Berg, Algemeen Dagblad. Het drama vond plaats op 18 mei 2007; Over de aanslag door Karst T. op Koninginnedag, ‘Zonnig Oranje kleurt diep zwart’, Algemeen Dagblad, 1 mei 2009.
10. In 2000 kreeg Theo Barten de prijs met ‘4000 jaar schilderwerk’ gemaakt voor Akzo Nobel Decoratieve Coatings/Sikkens Bouwverven (organisatie BNO en AD); Het jaar daarna was Roland Bakhuizen de gelukkige met ‘Vooral kinderen en ouderen slikken supplementen’ gemaakt voor NRC Handelsblad (organisatie BNO en AD); In 2002 ontving Karin Schwandt de jaarprijs met ‘Mag het iets zachter’ (over gehoorbeschadiging bij orkestmuzikanten) gemaakt voor het Algemeen Dagblad (organisatie BNO, NVJ en de vakgroep VIN); En in 2008 ging Jelrik Atema met ‘Een bodemloze put’ (over de bouw van de Noord-Zuidlijn) voor weekblad Elsevier er met de prijs vandoor (organisatie BNO en NVJ).
11. Over IC08 (het Infographic Congres in 2008): Frédérik Ruys (red), Infographics in Nederland, Utrecht 2008; Over IC09: Frédérik Ruys (red ism NVJ en BNO), Infographics 1, bijlage bij de Journalist en Vormberichten, Utrecht 2009; een uitgave over IC10 is in de maak. Meer informatie http://www.infographics.eu.
12. Idem, Ruys 2008, p. 7.
13. BNO-Tallks 03, 22 april 2010; BNO-Tallks is een serie bijeenkomsten voor ontwerpers over hun vak, visie, inspiratie en creatie; Om een betere greep op het onderzoek (en de persconferenties) te houden, gaf de Nederlandse politie een Engels bedrijf de opdracht voor een (bewegende) infographic over de aanslag door Karst T. op Koninginnedag 2009. Politievoorlichter Paul Lucas toonde het resultaat.
14. BNO Spellbound 054, 8 juni 2010.
15. Presentatie Chris Campbell (als infographicmaker in dienst bij het Internationaal Strafhof Den Haag) tijdens IC10. Hij waarschuwde wel tevoren dat hij misschien niet op alle vragen kon ingaan omdat de (vaak jarenlange) processen nog lopen.
16. De Mediafonds@Sandberg Masterclass wordt georganiseerd door het Sandberg Instituut (afdeling ontwerpen) in samenwerking met het Mediafonds (Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties). Presentaties masterclass, 12 mei 2010, http://followthemoney.nu/?page_id=290.
17. Presentatie Catalogtree tijdens IC09, http://www.catalogtree.net/projects/diplomats; Ruys 2009, op. cit. (noot 13), voorzijde omslag en pp. 40-43.
18. Tracy Metz, ‘Nieuwe directeur Mieke Gerritzen van het Grafisch Museum in Breda over haar plannen. Alles op een beeldscherm is grafisch ontwerp’, NRC Handelsblad, 5 januari 2009, p. 9.
19. Me You and Everyone we Know is a Curator, 19 december 2009. Zie elders op deze site een symposiumverslag van Liselotte Doeswijk.
20. Voor de samenstelling van haar tijdlijn ondervroeg Schuller allerlei mensen, omschreven als protagonisten uit diverse gebieden. Bezoekers van de tentoonstelling mochten op de muur zelf personen en gebeurtenissen toevoegen; Op het web biedt bijvoorbeeld Timerime http://timerime.com/nl aan bedrijven en organisaties al de mogelijkheid om zelf tijdlijnen samen te stellen.
21. Gerlinde Schuller, Designing Universal Knowledge. The World as Flatland – Report 1, Baden 2009.
22. Lev Manovich is hoogleraar beeldende kunst aan de universiteit van Californie, San Diego en directeur van het Lab voor Culturele Analyse aan het Californisch Instituut voor Telecommunicatie en Informatietechnologie.
23. Het computerprogramma SequoiaView is al door meer dan een miljoen mensen gedownload, http://www.win.tue.nl/cgi-bin/usr/sequoia/download3.cgi.